Vol met verhalen
 zit het hoofd van Robin Raven: Leraar, schrijver, ontdekker.  In 2006 debuteerde hij met jeugdboek De Vloek van Pak en het jaar daarop met het confronterende Strijd in het Regenwoud. Dit jaar verscheen Gekaapt!, zijn eerste eigentijdse verhaal dat in tegenstelling tot de rest niet Nederlands-Indië betreft. Geen dertien in een dozijn kinderverhaaltjes, maar vertellingen met een doel voor ogen. Over zijn boeken, en de realiteit van zijn verleden die daarin verweven is.

 Als Nederlander van Indonesische komaf voelt Robin Raven zich geroepen om een gat in de historische kennis van kinderen te vullen. De Vloek van Pak vertelt over Tom, een jongen waarin de lezer zich kan verplaatsen, die leert over de tijd dat zijn opa als soldaat het verzet in Nederlands-Indië moest tegenhouden. In een oud dagboek leest Tom dat zijn opa daar op een kind heeft geschoten. Diezelfde persoon heeft het overleefd en heeft nu in Nederland een toko heeft opgezet. Zijn opa worstelt met schuldgevoelens en de angst voor een straf. Het verhaal loopt uit op een behoorlijke confrontatie, maar sluit af met een vreedzaam einde.

 

“Ik wilde liever een situatie creëren waarin twee mensen tegenover elkaar staan en besluiten dat het is vergeven, maar niet vergeten.”

Sterk komt erin naar voren dat Robin de Indonesische, koloniale geschiedenis onder de aandacht wil brengen met behulp van o.a. passages uit het dagboek van Toms opa. “De Indonesische gemeenschap is vrij geruisloos geïntegreerd in de Nederlandse samenleving. Nadeel daarvan is dat er heel weinig bekend is geworden over de Indische cultuur,” vindt Robin.  “Er zijn heel veel mensen die in kunst, muziek en literatuur veel hebben bereikt voor de cultuur, maar het aanbod in bijvoorbeeld Indische programma’s en tentoonstellingen is toch vrij summier. Wat mij opvalt is dat, wanneer ik scholen bezoek, kinderen en ook jonge leerkrachten er niets vanaf weten.” Het conflict tussen de tegenwoordige Nederlander en Indonesiër, die samen een verleden delen, wordt duidelijk aangekaart in dit eerste boek. Op realistische wijze weet Robin er een einde aan te draaien dat volgens hem het beste is. “Wie is er goed en wie is er fout? Ik vond het te makkelijk om op dat spoor van wraak te blijven en het als een soort Stephen King-boek te schrijven. Het is te eenvoudig om iemand de schuld te geven. Ik wilde liever een situatie creëren waarin twee mensen tegenover elkaar staan en besluiten dat het is vergeven, maar niet vergeten. Zoiets. Ondanks dat kunnen we dan toch samen verder.”

 

“Ik heb mezelf heel schizofreen opgedeeld.”

De lezer leert over de visie van de Indonesische man met het pijnlijke verleden, maar kijkt ook vooral door de ogen van Tom, die het moeilijk vindt om te gaan met de keuzes die zijn opa heeft gemaakt. Robin ziet zichzelf vooral in een beschouwende rol omdat hij beide kanten van het verhaal belicht. Hoe staat hij er werkelijk tegenover? “Het zijn twee kanten van mijzelf. Enerzijds  verbaas ik me net als Tom ook nog over dingen die zijn gebeurd of nog steeds gebeuren, maar anderzijds ben ik ook die Indonesische man die werd uitgescholden voor pinda toen hij in Nederland kwam. Dat zijn allemaal dingen die ik vanuit mezelf meeneem. Dus ik heb mezelf heel schizofreen opgedeeld.”

Het is volgens hemzelf een kwestie van accepteren dat hij tussen twee werelden inzit. Er wordt niet naar een bepaalde kant toe geneigd, zich op die middenlijn bevinden is waar hij gewoonweg hoort. Hij wijst op de foto’s, schilderijen en pentekeningen aan de muur van zijn huiskamer, dingen die hij wel meedraagt in het leven. Erfstukken van grootouders, afbeeldingen van vroeger, van een ander ‘thuis’, wat aan de andere kant niet echt zo genoemd kan worden, omdat hij het nooit gekend heeft. Maar waar aan de andere kant de plantage van zijn opa was en het dorpje waar zijn vader was geboren. Het zijn roots, wortels.

 

Na het ontwikkelen van een toegankelijke poort in de vorm van De Vloek van Pak schrijft Robin Strijd in het Regenwoud, wat dieper ingaat op het verleden. Het is heftiger en duikt verder in de gruwelen die plaatsvonden in Nederlands-Indië. Dit wordt gedaan aan de hand van authentieke beeldschetsen van de Jappenkampen (die hij verkreeg van zijn moeder) en de strijd tussen de soldaten en de bevolking. Uit verkoopcijfers en reacties van kinderen blijkt dat dit tweede boek een stuk ingewikkelder is en minder bereikt dan het voorgaande, maar de lovende recensies en de nominatie voor de Thea Beckman-prijs maken Robin trots. Fragmenten van bijvoorbeeld de mishandelingen van de moeder van Ruben (planterszoon en hoofdpersonage in Strijd in het Regenwoud) in een kamp zijn enigszins schokkend. “Maar ik denk dat de kinderen van 2009 wel wat kunnen hebben,” zegt hij. “Ze zien tegenwoordig zoveel dingen op tv, zoveel komt hun wereld binnen. Ik vind wel dat je het niet te zwaarmoedig moet maken. Het is ook een hard boek, maar ik denk dat ze het wel kunnen plaatsen.”

 

“Ik wil graag iets beschrijven waar nog nooit

of bijna nog nooit over geschreven is.”

Een ander heftig onderwerp waar Robin ook graag over had willen schrijven was de situatie omtrent de treinkapingen van de Molukkers in de jaren ’70. Het is ook de meest voor de hand liggende gedachte, kijkend naar zijn achtergrond, dat zijn recentste boek Gekaapt! dit onderwerp zou betreffen. In overleg met de uitgeverij Van Goor werd uiteindelijk besloten het onderwerp ‘in de tijd’ te zetten om de referentie naar kinderen te vergroten.  Gekaapt! gaat nu over dierenactivisten die een trein kapen omwille van de vrijheid van de nertsen. Het boek beleefde in november 2009 een tweede druk.

“De uitgeverij vond het zonde wanneer ik een typische Indië-schrijver zou worden,” legt hij uit. “Want als ik nu achter elkaar drie of vier boeken over Indië schrijf, gaan de sales waarschijnlijk ook niet omhoog.” Hij tikt daarbij op een exemplaar van Strijd in het Regenwoud. “Ja, dat is heel banaal, maar ja. Aan de andere kant had ik er ook wel vrede mee. Het uiteindelijke onderwerp is hartstikke in, die nertsen zijn echt iets van deze tijd en daar kan je met kinderen heel goed over praten. Het gaat wel ergens over.”

Er is enige spijt te bespeuren in dit besluit, maar Robin zegt vooral kinderen te willen bereiken. Zo staat er nog een boek over een jongen met autisme in de planning, maar ook één over kinderen die na de politionele acties naar Nederland gaan en daar in pleeggezinnen terechtkomen.

“Ik wil graag iets beschrijven waar nog nooit of bijna nog nooit over geschreven is,” zegt hij, denkend aan wat hem inspireert. “Dat vind ik wel interessant. Dit is het eerste kinderboek over een treinkaping, het eerste kinderboek over de politionele acties, het eerste kinderboek waarin een gekwetste soldaat zichzelf tegenkomt, en zijn slachtoffer. Dat is voor mij een voorwaarde voor het schrijven van een boek.”

 

“Ze schrijven een prachtige kritiek en binnen 3 weken

tijd werden er honderden boeken verkocht. Dan denk ik:

Het maakt ook geen ene zak uit.”

Blikkend op een recensie in het NRC Handelsblad uit 2006, het jaar dat De Vloek van Pak uitgegeven werd, vertelt Robin met een dubbel gevoel te zitten. “De zes beste kinderboeken voor het strand, en ik stond op nummer 1. Dat is geweldig. Maar het is wel grappig, want eerst werden er 100 per week verkocht en de week daarna opeens honderden. Er werd dus meteen een nieuwe druk doorheen gejast,” zegt hij met enthousiasme. Zijn gezicht betrekt echter gauw. “Maar hoe dat dan werkt, hè. Ze schrijven een prachtige kritiek en binnen 3 weken tijd komt er een nieuwe druk. Dan denk ik: tja, het maakt ook geen ene zak uit. Het is geen frustratie, dat gaat te ver. Maar ik baal er wel vaak van. Je zou maar iemand hebben die er een film van maakt, of je komt een keer in De Wereld Draait Door en dan zouden er 10.000 van verkocht worden.”


Van verhalen die hij nog vertellen wilt loopt Robins hoofd over. Miljoenen zijn het er. Met nog meer plannen voor jeugdboeken die gaan over reïncarnatie en het leven van Jezus als ‘gewoon mens’ geeft hij lachend toe hoog in te zetten. “Ik wil onderwerpen neerzetten waarvan je zegt dat die echt een doel hebben gediend,” zegt hij vastbesloten. “Het moet ergens over gaan, want anders zou ik het niet kunnen doen. Dat zou ik verschrikkelijk vinden. Daar kan ik niks mee.”

Dat hij door zijn waslijst aan ideeën zijn dagen in zou plannen is niet waar. “Ik zie wel,” zegt hij nonchalant. “Ik heb wel afgeleerd om al zes jaar van tevoren na te denken. Anders word ik helemaal gek. Eerst maar even vandaag.” Dat gaat dan ook goed, maar Robin houdt wel een doel  voor ogen. Hij wil het ultieme boek schrijven, een wens die men als arrogant beschouwen kan. “Je gaat je bijna verontschuldigen!” Maar het is nu eenmaal een droom die stiekem alle schrijvers hebben:

“Ik wil gewoon het beste kinderboek schrijven.”