11 november is de dag… Sint Maarten!


Als je s’ morgensvroeg op weg naar school met je hoofd dwars door een kletsnat spinnenweb loopt, weet je dat het najaar is en dat er vier grote feesten aankomen: Sint Maarten, Sinterklaas, Kerstmis en natuurlijk Oud en Nieuw.

Bij 11 november denkt tegenwoordig iedereen aan de snoepoptocht van Sint Maarten (de droom van ieder kind) maar heel lang geleden was 11 november gewoon een boerenfeest ter ere van de Romeinse god Mars. Toen het christendom Noord-Europa veroverde, werden alle oude Romeinse vieringen in sneltreinvaart weggepoetst en vervangen door christelijke vieringen. Zo kwam Sint Maarten binnen via de hoofdpoort en mocht de Marsviering eruit via de achterdeur; binnen een paar jaar was dat geregeld. De boeren en landarbeiders vonden die wisseling overigens helemaal niet erg. Als ze maar een feestje mochten vieren. Het leven op het land was al hard genoeg.

Maar wie was Sint Maarten eigenlijk? Zijn echte naam was Martinus en driemaal raden wat dat betekende? Man van Mars! Martinus leefde tussen 316 en 400. Hij was een Romeinse soldaat die in Gallië (zo heette Frankrijk vroeger) gelegerd was. Er werd over hem verteld dat hij op een ijskoude avond zijn soldatenmantel - in die tijd een statussymbool waar men nooit afstand van deed - in twee stukken sneed toen hij een arme bedelaar bij de stadspoort van het stadje Tours zag zitten. Martinus hield de ene helft van de mantel voor zichzelf en schonk de andere helft aan de bedelaar. Er zijn ook verhalen die zeggen dat Martinus niet de helft van de hele mantel gaf maar slechts de zoom. Een soort dunne sjaal, dus. Dat valt dan weer tegen.

Na deze daad besloot Martinus toe te treden tot het christendom. Hij maakte snel carrière want binnen enkele jaren werd hij al tot bisschop geslagen, in die tijd de hoogste baan in de kerk na de paus. Martinus werd een jaar of tachtig en blijkbaar had hij de x-factor want na zijn dood werd hij uitgeroepen tot heilige. Toen het Christendom Nederland bereikte, werden overal in ons land kerken gebouwd, die werden vernoemd naar de heilige Martinus. Op zijn sterfdag (8 november – op 11 november werd hij begraven) hield men kinderoptochten om hem te gedenken. Tijdens deze optochten (ook wel ‘kinderomgangen’ genoemd) gingen de kinderen langs de huizen en ze zongen daarbij liedjes als ‘Sint Maarten, Sint Maarten, de koeien hebben staarten’. Mooie tekst overigens. Daaruit kun je nog afleiden dat Sint Maarten eigenlijk een boerenfeest was! Na het zingen werden de kinderen beloond met een traktatie (snoep, fruit en soms geld).

Het langs de deur gaan doen we nog steeds hoewel Sint Maarten natuurlijk niet meer een feest is van de kerk. Kinderen gaan vooral op pad omdat het gewoon leuk is en spannend. Thuis (of op school) maken ze prachtige lampionnen van papier of karton, waarin een kaarsje of lampje gaat. In sommige delen van ons land maken ze een lampion van een uitgeholde suikerbiet of pompoen. Hiermee gaan de kinderen langs de deuren en ze zingen dan net zolang totdat er wordt open gedaan. Dat is heel symbolisch: de bewoner doet open voor het licht, hij laat het goede binnen of, als de deur dicht blijft, weigert het goede en blijft tot de volgende 11 november in duisternis leven.

In het zuiden van ons land wordt het Sint Maarten verhaal vaak nagespeeld. Dan rijdt Sint Maarten op een wit paard (een teken van zuiverheid – net als het paard van Sinterklaas) door de straten, gevolgd door de kinderen met hun lichtjes en gezang. Sint Maarten wordt vooral gevierd in Noord-Holland en Limburg maar je ziet de lampjestochten ook in andere provinciën (bijvoorbeeld bij ons in Flevoland).

Tenslotte: oude vierliedjes werden nooit ‘zo maar’ geschreven. Er zat altijd een diepere, symbolische betekenis achter. Zo ook bij de klassieker ‘Sint Maarten, Sint Maarten, de koeien hebben staarten’. In de Bijbel (het heilige boek van de Christenen) is het namelijk zo, dat wanneer een naam twee keer achter elkaar wordt genoemd, er iets spannends en onverwachts gaat gebeuren. In het geval van Sint Maarten is dat natuurlijk de kick van de een avontuurlijke tocht langs de deuren, in het donker, in de kou, met lichtjes, huilende wind, zwiepende takken, en beschermd door de vrienden om je heen. Je zingt om je sterk te voelen en het goede uit te dragen. En tenslotte: als je denkt dat er een spook in de bosjes zit, gooi je maar een mandarijn of een stuk taai-taai naar zijn hoofd. Je hebt er waarschijnlijk genoeg van in je zak.

Robin Raven 2010