Valentijnsdag (14 februari)
Valentijnsdag is de dag van de liefde. Een dag waarop grote en kleine mensen elkaar verrassen met een (anoniem) liefdesbriefje, gedicht of cadeau. Anoniem, dus zonder afzender. Dat is wel zo veilig want als de liefde niet wordt beantwoord, sta je ook niet zo voor paal voor de hele school.
Waar komt Valentijn eigenlijk vandaan? Wie was deze geheimzinnige man? De theorieën tuimelen over elkaar heen. Dat komt omdat de naam Valentijn in de eerste eeuwen van onze jaartelling een populaire christelijke naam was en veel mensen met deze naam bekend stonden als weldoeners, genezers en raadsmannen.
Laten we inzoomen op één Valentijn met sterke papieren. Deze Valentijn (Valentinus) was in de derde eeuw monnik in een Italiaans klooster in de buurt van Rome, die niet alleen mensen genas maar ook vaak advies gaf aan jonge verliefde stelletjes. Hij verzorgde ook zieken, bejaarden en armen. Kortom: een man van aanzien. Valentijn kwam in botsing met het gezag omdat hij de stelletjes die bij hem kwamen niet alleen van advies voorzag maar ook zegende en dat ging in tegen de bepalingen van het keizerlijk gezag.
Volgens de Romeinse mores (betekent: regels > vandaar: ‘Ik zal je mores leren!’) konden jonge mannen niet soldaat zijn en ook nog eens getrouwd. Soldaat zijn was een levenstaak. Een huwelijk zou de vechtlust alleen maar doen afnemen en een slappeling maken van een man die als goddelijke taak had om het Romeinse grondgebied te verdedigen tegen de barbaren. Toen Valentijn geen aanstalte maakte om te stoppen met zijn zegeningen werd hij gevangen genomen, gemarteld en onthoofd. Dit gebeurde op 14 februari. Daar de Rooms-katholieke kerk de sterfdag van een heilige viert als dag van de voltooiing van het leven is 14 februari dus Valentijnsdag geworden.
Overigens zijn er ook andere theorieën over deze liefdesdag die niets met de naam Valentijn te maken hebben. De Romeinen vierden bijvoorbeeld op 14 februari het feest van de godin Juno. Ter ere van haar werden Romeinse jongetjes en meisjes door loting bij elkaar gebracht. In de late Middeleeuwen stond 14 februari bekend als de eerste dag van het nieuwe jaar waarop vogels begonnen te paren (paren = vies doen).
In de Rooms-katholieke kerk stond Sint Valentijn tot 1969 op de heiligenkalender. Daarna is hij van de overvolle kalender verwijderd.
Eind 19de eeuw werd Valentijnsdag vooral in Engeland uitbundig gevierd. Engelse immigranten namen de traditie mee naar Amerika alwaar het in de 20ste eeuw uitgroeide tot een landelijk populaire feestdag. De laatste jaren wordt Valentijnsdag ook steeds populairder in Nederland. Het is een gouden tijd geworden voor de commercie: winkels liggen vol met kaarten en prullaria die geliefden elkaar ‘in het geheim’ kunnen geven.
Valentijn kenmerkt zich door veel symboliek. Zo staat het hart, symbool van liefde en emotie, vaak centraal op de liefdeskaarten. De roos was de lievelingsbloem van de Romeinse liefdesgodin Venus. Het (b)engeltje Cupido was de zoon van Venus. Met zijn magische pijlen zorgde hij ervoor dat mensen verliefd op elkaar werden. De kleur rood symboliseert vurigheid en passie.
Tenslotte: in delen van Duitsland is 14 februari een onheilsdag, te vergelijken met vrijdag de dertiende. Volgens de traditie (die je overigens nergens in de Bijbel terugvindt) zou Judas, de verrader van Jezus, op 14 februari geboren zijn.
Robin Raven
|